OLD COWS           
Van Toen - Voor Nu -  Voor De Toekomst                     

Goh, klopt het dat we –door de bank genomen- toch sterk de neiging hebben telkens te denken dat de wereld voordat de meest recente generaties ter wereld kwamen, nauwelijks bestond en pas opbloeide en zich in belangrijke mate pas begon te ontwikkelen, nadat relatief recente generaties hun vleugels begonnen uit te slaan? Wat een schromelijke vergissing, als dat al zo moge zijn. De wereld is altijd al een zinderende borrelende kookpot geweest van ingrijpende en vele diverse ontwikkelingen, telkens passend bij en volkomen afgestemd op de wensen van weleer, om onmogelijkheden mogelijk te maken. 

Een paar willekeurige hoogtepunten van om en nabij 1847, 168 jaartjes geleden. 




Geweldig innoverende ontwikkelingen die hun invloed op het globale gebeuren zeker niet hebben gemist. Of ze enige, en zo ja in welke mate, invloed hebben gehad op het Dreumel van die tijd, is niet bekend. Mogelijk en waarschijnlijk op enig later tijdstip dan in de rest van de wereld. 



Koning Willem II stond toen aan het hoofd van Nederland:

Hij regeerde maar kort, van 1840 tot 1849. Het meest opvallende waar hij zich, met zijn ambtenaren, het al kalende hoofd over moest breken, was wel de –ook toen al- astronomisch hoge staatsschuld van Nederland. De staatsschuld geeft het bedrag aan dat een land meer uitgegeven dan verdiend heeft. Die staatsschuld bedroeg rond 1840 –geschat- op 2250 miljoen gulden.

   

Omgerekend naar iets recenter tijden is dat een bedrag van …

Bron: http://www.iisg.nl/hpw/calculate2-nl.php

  

€ 42.234.078.100,77 (fl. 93.071.660.251,44) in het jaar 2013. (42 miljard en een ‘beetje’).


Voor de goede orde zij gemeld dat de staatsschuld van Nederland anno 26 januari 2016 (20:57:48) déze seconde is:


En dat daar per seconde € 480.= eurootjes bij komen.


Het zal de allermeeste, in totaal ongeveer 1650, Dreumelnaren die Dreumel in 1847 bevolkten, volkomen worst geweest zijn. Ze hebben wel heel andere zaken aan hun hoofden dan staatsschulden.

Neem bijvoorbeeld Cornelis Kooijmans, die zich op 24 oktober 1847 vervoegt op het Dreumelse stadhuis en aldaar komt melden dat hij en zijn ehevrouw Wilhelmina Merkx op 23 oktober de trotse ouders zijn geworden van een zoon, die ze Jan willen noemen. Het is tegelijkertijd ook hun eerste nakomeling.

Nog drie in Dreumel geboren kinderen volgen, te weten in 1849 Maria, in 1851 Hendrika en in 1853 Gradus.


Cornelis is van beroep ‘arbeider’. Een moeilijk te definiëren beroep (tenslotte arbeiden we vrijwel allemaal). Maar aangenomen moet toch worden, bij gebrek aan omvangrijke industrieën in het Dreumelse (mogelijk met uitzondering van Bato’s Erf, de steenoven en -makerij), dat hij op het Dreumel omringende platteland arbeidde. En velen met hem. Ook de vrouwen overigens.  

En al zou je bij de steenoven gewerkt hebben, dan viel er ook maar bar weinig te lachen. Met name ook al omdat je langdurig doodstil moest staan, zodat er een foto gemaakt kon worden. Dan verging je het lachen wel: 

Armoe troef alom. In de Drentsche courant van 9 april 1847: Zoek het maar lekker zelf uit met jullie pootaardappelen. Eerst maar eens een commissie … 

Gelukkig voldeed de proef met het door de heer Fijnje (van Salverda) ontwikkelde en in de molenpolder Wamel, Dreumel en Alphen geplaatste stoomgemaal en werd door de goede werking meer grond verkregen, waarop producten, waaronder pootaardappelen, verbouwd konden worden. In de Nieuwe Rotterdamsche courant van 23 april 1847: 

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Couranten van 21 mei en 8 juni 1847 wordt hierover nog het navolgende specifiek opgemerkt: 


In hoeverre de arbeiders en steenzetters, in dienst van hun werkgevers, mee profiteerden van deze gunstige ontwikkeling is niet bekend. Maar, gezien de belabberde werkverhoudingen tussen werkgevers en –nemers destijds, kan zomaar verondersteld worden van nauwelijks of niet. Niet geheel zonder schrijnende reden wordt in de Nieuwe Rotterdamsche courant van 1 juli 1847 dan ook beschreven hoe de ‘uitdeelingen’ plaats vonden aan de armen. Niet alleen in de ‘Boemelerwaard’ (relevant krantenartikel niet getoond), maar ook in meer verwijderde dorpen: 

«

Hetgeen neer komt op een huidig bedrag van € 7.500,28. 



Jan Kooijmans ondertussen groeit op, wordt ouder, gaat werken als landbouwer, wordt zelfs verliefd en trouwt op 8 februari 1877 met Maria Elisabeth van Aalst.                                                                                  »  »

 

  

Zijn vader, Cornelis Kooijmans is dan inmiddels al overleden. Hij overlijdt te Dreumel op slechts 36-jarige leeftijd, op 8 juni 1854. Jantje Kooijmans was toen nog maar 7 jaren jong en moeder Wilhelmina Merkx werd nood gedwongen een alleenstaande moeder. 

Vader Johannes van Aalst (beroep: arbeider) informeert Dreumels burgerlijken stand secretaris op 2 januari 1852 dat hij en zijn ehevrouw Petronella van Gruijthuijsen op 1 januari 1852 een dochter hebben gekregen. Ze noemen haar Maria Elisabeth.

Jan Kooijmans zelf is ‘landbouwer’ en Maria Elisabeth van Aalst ‘dienstbode’. Onderstaande afbeelding over dienstboden dateert niet van 1847, maar het is niet moeilijk dezelfde taferelen te dateren naar die periode. Maar dan op het Dreumelse platteland. 


Het is af en toe nauwelijks verwonderlijk dat je akten slechts met grote moeite –of niet- kunt vinden. Haar vader, die eigenlijk Jan (af en toe Johannes) Kooijmans heet, wordt op deze Dreumelse akte vernoemd als Joannes Kooimans. Bevreemdend toch wel enigszins, want Jan is al heel vaak zat op het Dreumelse gemeentehuis geweest om of geboren of overleden kinderen aan te komen geven. Zo ook wederom op 29 november 1890, want op 27 november bevalt Maria Elisabeth van Aalst van Gradus Kooijmans.


Een uiterst treurig overzicht van wat dit gezin allemaal is overkomen, is zodoende triest. Diep triest: 




Het is –aanvankelijk- zeer frustrerend om de overlijdensgegevens van Jan (Johannes) Kooijmans alsmaar niet en nergens te kunnen achter halen. Overigens, ook MyHeritage heeft er problemen mee:

»


Maar … wacht … vele, vele uren zoeken later … 


De onderste helft van bovenstaande afbeelding staat normaal rechts van de bovenste helft en maakt deel uit van het bevolkingsregister van ... ja, ja, Lith.


 



Nu we eindelijk weten dat Jan Kooijmans bij lange na niet bij welke pakken dan ook is gaan neer zitten, zouden we ook zomaar nog mogen en wellicht moeten veronderstellen dat er –toch- nog meer Kooijmansen werden geboren, nu Jan en Elizabeth van Heertum deze nieuwe verbintenis zijn aan gegaan.


Echter, uitgezonderd welke opzienbare vondsten wellicht nog boven water zouden kunnen komen met alsnog vele nu niet gespendeerde uren door zoeken, blijkt vooralsnog uit niets dat Jan Kooijmans en Elisabeth van Heertum zich voort geplant hebben.

  


Op het bovenstaande overzicht van het Lithse bevolkingsregister staat dat Jan Kooijmans op 15 september 1914 te Lith is overleden. Snel even in de akten -in eigen beheer- van Lith gedoken en ja hoor, klopt exact: 

«

«



Het al eerder getoonde overzicht vraagt derhalve slechts om een hele kleine aanpassing, met hetzelfde droevige resultaat: 

Is er nog noemens- en wetenswaardigs te vinden over de twee van dit getroffen gezin –tot nu toe- overlevende Kooijmans-en, te weten Cornelis Wilhelmus en Petrus Johannes.





   

Veel langdurig zoek- en graafwerk later, wordt de trouwakte van Cornelis Wilhelmus Kooijmans gevonden. Hij blijkt op 5 februari 1904 in het huwelijk te zijn getreden met Everdina de Man. Die overigens dan weduwe is van een rasechte Dreumelnaar, Baltus Sas. Baltus overlijdt in Dreumel op 2 november 1900. »  » 





Everdina overlijdt zelf op 8 februari 1917. Te Lith:

                                                         



Aangezien, als Cornelis Wilhelmus Kooijmans al eerder dan het jaartal van deze akte zou zijn overleden, op deze akte zou zijn geschreven ‘Weduwe van’ in plaats van nu ‘echtgenoote van’, is C.W. Kooijmans ten tijde van dit overlijden nog springlevend. 

Gelukkig hebben Everdina en Cornelis ook mannelijke kinderen gekregen, zodat het geslacht Kooijmans ook via deze stamboomtak in ieder geval en met grote waarschijnlijkheid voortgang zal hebben gevonden.

Meer over Cornelis Wilhelmus en over Petrus Johannes Kooijmans en Elisabeth van Heertum kon tot op heden nog niet gevonden worden.


Tot slot zij opgemerkt dat de Kooijmans-en, in welke relatie ze ook tot elkaar stonden en met grote waarschijnlijkheid nog steeds staan, het allergrootste aantal persoonlijke dossiers vertegenwoordigen die mijn privé verzameling rijk is.

In 360 persoonlijke dossiers worden de Kooijmans-en geregistreerd.

In nog eens 11 additionele persoonlijke dossiers worden de Kooimans-en geregistreerd.

In nog eens 12 additionele persoonlijke dossiers worden de Koijmans-en geregistreerd.

In nog eens 6 additionele persoonlijke dossiers worden de Coijmans-en en Cooijmans-en geregistreerd. 

          

Nee, de wereld stond helemààl niet nagenoeg stil in 1847 e.v.