OLD COWS           
Van Toen - Voor Nu -  Voor De Toekomst                     

Geen idee of het u is opgevallen. Ik heb de koeien –mogelijk slechts 1 x- veranderd die normaliter, en al erg lange tijd, deze website sieren op vrijwel elke bladzijde die uit m’n digitale pennen is tevoorschijn gekomen. Het zijn natuurlijk niet alleen maar de 6300 liter melk per jaar producerende Nederlandse koeien die onder de titel ‘Old Cows’ kunnen vallen. Die titel is op veel meer soorten van toepassing en bij toeval kwam ik deze prachtig getekende buffelkop tegen. Ik heb een zwak voor buffels, sinds ik daar in mijn Kenya periode (‘77-’85) veel van zeer dichtbij gezien heb en nog meer bewondering voor gekregen heb. De zowat enige beesten die leeuwen aan kunnen (met wat geluk).

Ik heb de artiest die deze kop heeft getekend, ene Dave Lawson, die in Port Elizabeth (Eastern Cape – South Africa) woont, in een online bericht gevraagd of ik deze kop mag gebruiken als ik dat zou willen. ( https://fineartamerica.com/profiles/dave-lawson.html ).Ik ben zeer benieuwd of ik daar een (positieve) reactie op ga krijgen, want dat is lang niet altijd het geval, daar waar ik altijd wel probeer om eerst toestemming te verkrijgen voor gebruik. Bij achterwege blijving van die toestemming, gebruik ik de gewenste afbeelding schoorvoetend toch maar en wacht dan af of het op den duur gevolgen heeft. Dat geldt onderandere ook voor mijn ‘Under Construction”-koe. Drie keer om toestemming gevraagd, maar niets in retour ontvangen. Dus tja, dan … 


22-08-2017: Ik houd u op de hoogte van eventuele ontwikkelingen. Voor zover ik kan lezen op Internet zijn er wel degelijk een aantal maatregelen die genomen zouden kunnen  worden om de boom veel beter tegen deze mot te beschermen. Het werkwoord ‘afwachten’ vind ik nergens terug in al de adviezen, die pro deo online verstrekt worden ter voorkoming van verzwakking van een boom. Het is overigens de larve van deze mot die de schade aanricht, hetgeen tot gevolg kan hebben dat  de boom verzwakt en kwetsbaarder kan worden voor andere ziekten.

Ik weet niet hoe de berichten uitgewisseld werden tussen gemeenten die elkaar iets te melden hadden. Wèl is me al diverse keren op gevallen dat het onredelijk en niet verklaarbaar lang duurt eer bijvoorbeeld het overlijden van een persoon in de ene gemeente, in het dodenregister wordt vastgelegd in  de gemeente, waar de overleden persoon woonde. 

Zo ook weer met Hendrikus Johannes van Uden, die in Dreumel woonde, in Tiel werd geboren en op (LET OP) 2 december 1918 in Rotterdam overlijdt. Maar pas op 23 januari 1919 wordt bijgeschreven in  het dodenregister van Dreumel. Hendrikus Johannes had dus toegevoegd moeten worden aan de alfabetische tafel van 1918, hetgeen het totaal daarmee op 53 overledenen brengt en niet 52, zoals in de eerder gepubliceerde tafel verkondigd. Ik ga er alsmaar vanuit dat nabestaanden van de overleden persoon op andere wijze, en veel eerder, op de hoogte gebracht werden van het overlijden van een familielied en dat niet pas te weten kwamen als het papieren bericht eindelijk de plaatselijke gemeente bereikte. De telefoon maakte al wel deel uit van het dagelijkse leven, maar nog làng niet iedereen had een toestel thuis.

Op de website http://www.jenneken.nl/bekijk/1900telefonie.htm en  ...  https://nl.wikipedia.org/wiki/Telefoontoestel zien we de volgende afbeeldingen

Op de website https://www.scholieren.com/werkstuk/4618 lezen we dat: Want de telefoon maakt een grote ontwikkeling door en werd een heel groot succes. Vanaf 1881 is er telefoon in Nederland. Tot en met de Tweede Wereldoorlog staan alle abonnees nog in één dikke telefoongids. In het jaar 2000 is een telefoongids van Nederland een gids van bijna 50 telefoonboeken.

Op de website:  https://www.telefoonmuseum.eu/index.php/1900-tot-1920 lezen we: Vóór 1920 waren nagenoeg alle telefoontoestellen van hout en handgemaakt: onderdelen gemonteerd op een houten plank en daaromheen een houten behuizing.

De toestellen hingen vaak aan de muur alhoewel er in deze periode ook al z.g. "mobiele telefoons" kwamen: verplaatsbare toestellen die op tafel stonden en met een snoer waren verbonden aan een batterij en aan het telefoonnet. Toestellen met kiesschijf komen in deze periode nog nauwelijks voor, omdat in Europa pas rond 1920 de automatische elektromechanische telefooncentrale zijn intrede doet. Hieronder een drietal toestellen uit de periode 1900-1920.

Héél misschien kon Rotterdam in 1919 al bellen met Dreumel, dat weet ik niet. Maar zoniet, dan hoop ik van ganser harte dat de getroffen ouders per brief of telegram al veel eerder ingelicht konden worden.

Uit andere en eerdere onderzoekingen is gebleken dat Dreumels burgemeester, A.A.J. (Aloijsius Adrianus Josephus) van Erp, al zes jaar voor zijn burgemeestersfunctie (beginnend in 1925), actief was op het plaatselijke gemeentehuis, als secretaris. Ik heb niet op andere typen akten gekeken, maar dit (▼) is dan wel zijn allereerste door hem ondertekende akte van overlijden. Elisabeth van Os overlijdt op 9 februari 1919, te Dreumel. Op 83-jarige leeftijd nota bene.

Kijk nou! Daar waar de wet sinds enige tijd blijkbaar voorschrijft om alles wat niet hoogst noodzakelijk op een akte (van overlijden) hoeft te worden vermeld, geheel achterwege te laten … wordt op deze akte van overlijden, van Antonius van Oort, die op 18-jarige leeftijd overlijdt op 8 april 1919, netjes genoteerd over de relatie vader-zoon met vader Jan van Oort en de relatie die Antonius had met zijn oom, die ook Antonius van Oort heette. Keurig. 

Wilhelmina van Erp, de moeder van de overledene en de ondertekenaar, Aloijsius Adrianus Josephus van Erp, hebben overigens géén enkele familierelatie.

A.A.J. van Erp wordt op 5 december 1895 geboren, te Berchem en zijn ouders zijn Johannes Jacobus van Erp en Maria Ida van Amstel.

Wilhelmina van Erp wordt in Dreumel geboren, al 34 jaar eerder dan de secretaris, op 24 september 1861. Haar ouders zijn Johannes van Erp en Geertrui Liefkens.

Levenloos geboren kinderen vind ik toch al een speciale categorie onder de overledenen. Ook al lang een onderwerp van –wettelijke- discussies, want vroeger werden er geen akten van overlijden geschreven, als er niet eerst een akte van geboorte bestond. Want hoe kun je een akte van overlijden opstellen als er geen bewijs van de geboorte was? Gelukkig werd de wetgeving zodanig aangepast dat ook levenloos geboren kinderen een terechte plek kregen tussen alle andere overleden personen. 

Maar soms, gelukkig slechts zeer sporadisch, wordt het nóg triester dan het sowieso al is.  

Op 3 mei 1919 komt vader Jan Strik op het Dreumelse gemeentehuis aangeven dat zijn vrouw Francisca Maria Kolling, op 2 mei bevallen is van een levenloos kind. Dit kind, waarvan het geslacht niet meer bekend wordt gemaakt, gelijk als met alle levenloze kinderen, wordt geboren om half acht ‘s avonds. 

En Jan Strik komt helaas niet alleen voor de aangifte van dit ene kind, maar meldt daarna dat er nóg een tweede levenloze kind werd geboren. Een levenloos geboren tweeling derhalve. Dit kind wordt –nagenoeg- op hetzelfde moment geboren als het eerste kind.

Een dubbel drama voor de ouders. Ze hebben weliswaar al twee kinderen overigens. Johanna Maria Strik, die op 29 augustus 1909 werd geboren en Johannes Arnoldus Strik, die op 31 mei 1911 werd geboren. Maar dat zal de pijn en intens verdriet niet echt verlicht hebben, met betrekking tot deze levenloze tweeling.

Jilles Udo, zoon van Gerrit Udo en Johanna Lam, overlijdt in Dreumel op 12 mei 1919 (▼). Op zich, afgezien van het feit dat er weer een Dreumelnaar minder is, aanvankelijk verder niets bijzonders. Behalve dat op deze akte wordt vermeld dat hij de weduwnaar is van Maria Groendaal. Maar in het persoonlijke dossier van Jilles werd tot nu toe alleen maar diens geboorteakte opgeslagen en geen trouwakte.

Dat kan betekenen dat ik het ooit een keer over het hoofd heb gezien of het betekent dat ze niet in Dreumel zijn getrouwd.

En dat laatste blijkt het geval.

Ze trouwden op 12 oktober 1882 in Heerewaarden. En dan kom je niet in mijn registratie terecht, want daar is dan niets van bekend in de Dreumelse akten. Van trouwerijen die buiten Dreumel plaats vonden wordt niets bijgehouden in Dreumelse registers. Wel, zoals u weet, van het overlijden van een persoon buiten de gemeente Dreumel, waar de gemeente secretaris een uittreksel van ontvangt –’sooner or later’- uit de dodenregistratie van die andere gemeente. Dat werd niet nodig geacht voor trouwen buiten de gemeente waar je werd geboren, Jilles althans. Nu heb ik deze trouwakte wel opgenomen in zijn dossier en ik heb tegelijkertijd een nieuw dossier aangemaakt voor Maria Groenendaal, want dat bestond ook nog niet (Zij werd in Heerewaarden geboren).

Maria Groenendaal overleed op 8 maart 1919, ook in Dreumel. Jilles Udo is 65 dagen weduwnaar geweest.

Twee redenen waarom ik deze akte van overlijden hier toch laat zien. In de tweede plaats omdat hier weer eens een in-vol-ornaat ondertekening van burgemeester Gerrit van Eijseren te bewonderen is. Maar in de eerste plaats omdat op deze akte maar weer eens duidelijk wordt dat je best oud kunt worden, zonder getrouwd te raken. Dat overkwam Gradus Verhagen, die op 66-jarige leeftijd in Dreumel, ongetrouwd, overlijdt, op 17 juni 1919. Wel oud worden en niet trouwen, best wel een uitzondering op de regel en ik denk zomaar dat Gradus Verhagen daar ook niet helemaal tevreden mee is geweest. Z’n leven lang!

Het kan natuurlijk zijn dat Gradus niemand heeft kunnen vinden die hij aardig en maatschappelijk voldoende aanvaardbaar genoeg vond, om mee te willen of kunnen trouwen. Maar er is ook een niet erg geringe mogelijkheid dat hij niemand van ‘gelijke stand’ heeft kunnen vinden, toch een zeer gewenste situatie in de 20e eeuw, met name in de kleine(re) gemeenten. Geschat wordt ( op http://www.jefdejager.nl/trouwen.php ) dat in West Europa 10 procent van de bevolking simpelweg niet trouwde, vanwege het niet kunnen vinden van een partner uit eenzelfde welstandsgroep.  

Theodorus Antonius Kooijmans overlijdt in Dreumel, op 1 juli, 1919. Hij is de zoon van Derk Kooijmans en Antonia Jansen en werd in Dreumel geboren op 9 juli 1879. Hij is dus net geen 40 jaar geworden. Op zich allemaal niet zulke opzienbarende gegevens, maar dat is toch enigszins anders voor wat zijn vader betreft.

Vader Dirk (variërend welke akte je bekijkt, is het of Dirk of Derk Kooijmans) trouwt op 13 november 1868, in Dreumel, met Antonia Janssen, dochter van Jan Janssen (variërend welke akte je bekijkt, is het Jansen of Janssen) en Maria Verbruggen. Opmerkelijk is de extra tekst die de Dreumelse secteraris erbij schrijft over Dirk Kooijmans  … ‘Weduwnaar van Theodora Huberta van Velp en vroeger van Wilhelmina Helena Grada Reijmers’. Antonia Janssen is, zo leert ons deze informatie, zodoende de derde vrouw waar Dirk Kooijmans mee trouwt. Dirk is inmiddels 40 jaar jong en Antonia al 23.

Aangezien Theodora Huberdina Johanna van Velp in Nijmegen werd geboren, op 11 oktober 1841, werd aldaar ook getrouwd. Theodora had de rijpe leeftijd van 19 al bereikt, toen ze met de 33-jarige Dirk Kooijmans trouwde. Zijn tweede vrouw.

Helaas, zowel voor Dirk Kooijmans, als Theodora Huberdina Johanna van Velp, overlijdt laatstgenoemde op 8 september 1867 in Woudrichem. Een uittreksel van het Woudrichemse dodenregister wordt opgestuurd naar de gemeente Dreumel, waar de overledene woonde en een en ander wordt als volgt verwoord in het dodenregister van Dreumel:

De eerste vrouw waar vader Dirk Kooijmans trouwt is Hermina Helena Gerarda Reijmers. In Millingen, op 24 juli 1857. Aangezien de gemeentelijk secretaris van Millingen iets –eigenlijk veel- te weinig voorbedrukte akten(van overlijden)bladen had besteld, voorafgaand aan het jaar 1857, moesten er –in juli 1857 dus al- aardig veel bijbesteld worden en die werden verwerkt in het zogenaamde suppletoir register van Millingen van Huwelijken en Echtscheidingen. Vervolgens, na ontvangst van die extra registerbladen, kon de Millingense secretaris beide mouwen flink opstropen, omdat de complete tekst van de akte met de hand ingeschreven moest worden. Knap staaltje schrijfwerk, met name omdat er op deze akte geen notities in de marge gemaakt werden over schrijffouten die hersteld moesten worden.

Hermina Helena Gerarda Reijmers was 25 toen ze met Dirk Kooijmans trouwde en Dirk zelf, 29.

De eerste vrouw van Dirk/Derk Kooijmans, Hermina/Wilhelmina Helena Gerarda/Grada Reijmers overlijdt in Dreumel, op 9 mei 1860.

Om te weten te komen welke voornamen haar ouders haar oorspronkelijk hebben toebedacht, toen ze werd geboren, heb ik haar Millingense geboorteakte opgespoord en … mogen we gerust stellen dat dat niet tot eenduidige, onweerlegbare conclusies leidt.

Hermina Helena is duidelijk, maar … Gerada !!??

Ik vroeg me in eerste instantie nog af of dat nou een ‘dwaling’ was, of heette de Millingse secretaris ook Reijmers?

Maar, hij ondertekent zowel voorafgaande als opvolgende akten, dus heet hij inderdaad zo.

Overigens, Antonia Janssen, de 3e vrouw van Dirk Kooijmans, overlijdt –te Dreumel- op 7 december 1919.

Indrukwekkend, 89 kunnen worden in een periode, waarin de gemiddelde leeftijd van de mens een zeer aanzienlijk aantal jaren lager lag.

Op … https://www.allesopeenrij.nl/kennis/geschiedenis/levensverwachting-in-nederland-door-de-eeuwen-heen/ … worden deze Levensverwachtings-teksten geopenbaard:



De levensverwachting in en rond 1919 zal derhalve wel iets hoger gelegen hebben dan in 1900, maar het toont maar aan dat als je –in 1919- 89 bent geworden, dat dat een prestatie van schier ongekende proportie is.

 

Jan Bosch overlijdt op die leeftijd in Dreumel, op 2 december 1919.

Hij is weduwnaar van zijn vrouw Gerarda Mathea Luijpen, die hem reeds op 28 december 1917 voor ging

Niet burgemeester Gerrit van Eijseren sluit het dodenregister van 1919 af, maar zijn toekomstige ambtsgenoot, Aloijsius Adrianus Josephus van Erp. Die datzelfde ambt in 1925 over neemt van Dhr. Jan Marie Michiel Hamers, die tussen van Erp en van Eijseren Dreumels’ burgemeester was.

                     Dit zwarte stokje (▲) gebruikte degene die de akten in-scande om de bladzijde(n) plat te houden. Voor zover ik me daarover heb laten voorlichten, worden tegenwoordig scanners gebruikt die van boven met een glasplaat –zachtjes- op het te scannen document drukken en zo de bladzijde plat houden en goed kunnen inscannen. Zónder foei-lelijke zwarte stokjes in beeld die, als je deze bladzijden voor belangrijke doeleinden zou willen gebruiken, eerst weer weg moet poetsen met Photoshop.                                                           (▼)

En dan is het moment eindelijk, maar toch weer, aangebroken. Ter afsluiting van elk register hoort dat officieel en wettelijk verplicht, voorzien te worden van een alfabetische tafel, waarop het totaal aantal overledenen dient te worden opgegeven. Ik heb al een aantal jaren de functie van de Dreumelse secretaris over genomen en stel die tafel nu dan maar zelf zelf samen. Overigens kan ik me heel goed voorstellen dat de gemeentelijk secretaris die tafels wel degelijk en nauwgezet heeft samen gesteld, maar dat ze sindsdien verloren zijn geraakt.  'Slechts' 37 overledenen, de levenloos geboren kinderen mee geteld.

                                                                                                                           Dus hier dan maar mijn versie:


Zo, 1919 ga ik in de loop van deze week controleren en aanpassen en corrigeren, daar waar en als nodig en daarna is het grote feestmoment weer aan de beurt. Het mogen en kunnen publiceren op m’n eigen webseitje. Een goed gevoel overvalt me dan telkens. Een week, anderhalve week, soms twee of drie weken mee bezig geweest, veel dingen gevonden waar ik naar op zoek was en aansluitend verwerkt in de verhalen, die ik bij alle gepasseerde jaren als versiering bijlever. Hoe triest het registeren van akten van overlijden ook feitelijk is, net als alle andere akten geven ze bij tijd en wijlen toch ook aanleiding voor vraagtekens, die je dan met wat zoek- en vindwerk hoopt te lijf te kunnen gaan. Best speciaal telkens weer, vooral omdat je toch blijft proberen om elk individu als afzonderlijk individu te blijven behandelen, met net zoveel respect en waardering als waarmee je al de anderen ook voorafgaand al bejegent hebt. Heel belangrijk vind ik dat. 

Niet alle vertraging, zou je het al zo willen betitelen, wordt veroorzaakt door langdurige zoekexpedities over internet, die Dreumel als achtergrond hebben, maar wordt ook zeer geregeld en tijdrovend beïnvloed, omdat ik nog steeds met twee andere, erg langdurig durende, verhalen bezig ben. 

Het eerste verhaal ligt volkomen op z’n achterste, omdat ik niet de medewerking krijg, die in eerste instantie enthousiast was toegezegd, maar nu volkomen teloor dreigt te lopen, al veel te lang. Ik kan het heftig tanende enthousiasme van de tegenpartij op geen enkele wijze verklaren, noch opkrikken, en als ik er naar vraag, heb ik al zo vaak gehoord dat het wel in orde gaat komen. Te veel en te vaak vragen zou een nog tegenovergestelder reactie kunnen uitlokken en dat wil ik ook niet. Ik heb namelijk al aanzienlijke delen van dat verhaal klaar, maar het ligt nu diep in de vriezer! Bijna permafrost! 

Voor het tweede verhaal moet ik heel specifiek toestemming verkrijgen van degenen waar dat verhaal over gaat, en zover is het nog lang niet. Desondanks is er wel veel nieuws te melden in mijn verhalen daarover en al dat nieuws probeer ik bij te benen in dat hele specifieke verhaal. Dat, laat ik het er nog maar eens een keer bij vermelden, niets, maar dan ook totaal niets, met Dreumel te maken heeft. Maar het vraagt wel de nodige tijd om dat alsmaar opborrelende nieuws te verwerken en bij te benen en bij de datum –up to date- te houden. Ik schat dat eventuele publicatie, vermits die toestemming uiteindelijk afgegeven wordt, nog best wel eens over de jaarwisseling heen getild zou moeten worden. Ik ga ervan uit … wel de aanstaande jaarwisseling! 

Vandaar af en toe een ogenschijnlijke vertraging in het publiceren van akten van overlijden verhalen, maar dat heeft bovenstaande meest als oorzaak. Het ongelofelijk fijne is dat ik aan totaal niemand verantwoording hoef af te leggen over de traag- of snelheid, waarmee ik verhalen op papier zet en publiek maak. Behalve mezelf en dat is verantwoording genoeg! 

Als u dit leest ben ik al weer een eind op weg met 1920!